VERHALEN en GEDICHTEN Marys en Piet Clarisse

MIJN VADER, PIET CLARISSE, SCHREEF GEDICHTEN EN IK, MARYS CLARISSE SCHRIJF VERHALEN.

SCHRIJVEN WAS VOOR ONS BEIDEN EEN GROTE HOBBY.

NU HEBBEN WE SAMEN DEZE WEBSITE.  WE WENSEN U VEEL LEESPLEZIER.

Reis naar Oldebroek

 

Op een dag vroeg mijn moeder of ik met haar naar Oldebroek zou willen. In eerste instantie begreep ik niet wat ze wilde. Ik dacht even na. Mijn moeder wilde wat zeggen.

‘Nee, nee, ‘zei ik, ‘laat me even nadenken.’

Plots snapte ik het: ‘je wilt naar het stel, waar je in de tweede wereldoorlog (1944) eten haalde. Oldebroek in Oost Nederland.’

Mijn moeder knikte bevestigend. Ik vroeg haar waarom ze daar nu mee kwam. Ze aarzelde even,  wees toen naar mijn leuke knalrode nieuwe autootje.

‘Je hebt nu vervoer en misschien zouden we samen naar Oldebroek kunnen gaan. Ik weet niet precies waarom ik dat nu zo nodig naar voren breng, maar ik heb een ongedurig gevoel dat we snel moeten gaan.’

Volgende week zaterdag dan stelde ik voor. Blij ging mijn moeder hiermee akkoord.

Die zaterdagmorgen vanuit Maarssenbroek naar Culemborg gereden om mijn moeder op te halen. Na een kop koffie vertrokken we naar Oost-Nederland. Ik merkte wel dat mijn moeder erg nerveus was. Nu ja, logisch toch. Ze had die mensen na de oorlog nooit meer gezien. Wel geschreven.

Halverwege de A28 nam ik de afslag Oldebroek. Op mijn vraag hoe ik nu verder moest rijden, had mijn moeder niet meteen een antwoord. Na zeven keer dezelfde weg te hebben gereden, stopte ik op een parkeerplaats en vroeg haar waarom we steeds rondjes aan het rijden waren. We hoefden toch niet te gaan? We konden gewoon weer naar huis rijden.

Nee, dat wilde ze niet, maar ze was bang dat die mensen haar niet zouden herkennen.

‘Kom op mams, laten we gaan. Je kent de spreuk toch ‘een mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest…’ En voort gingen we via de juiste weg.

Op de plaats van bestemming moest ik mijn auto naast een oude boerderij zetten. We stapten uit, mams liep naar de achterkant van de boerderij en klopte op de deur. Het duurde een paar tellen voordat de deur openging. Een oudere man stond daar en keek mijn moeder aan en daarna mij.

‘Ken je me nog?’ vroeg mijn moeder.

‘Natuuuurlijk Pooltje.’ Hij riep zijn vrouw met de mededeling dat Pooltje was gekomen. Bijna hollend kwam zijn vrouw aan en omarmde en kuste mijn moeder en draaide zich om naar mij en zei:

‘Is dit haar nu?’

‘Ja, mijn oudste,’ zei mams.

‘Kom binnen, dan praten we verder. Heerlijk dat jullie er zijn. Koffie?’

‘Graag,’ zeiden wij in koor.

De gesprekken die tussen hun drieën werden gevoerd, heb ik slechts in flarden onthouden, maar nog steeds zie ik die gezichten vol liefde naar elkaar kijken. Ook toen de vrouw vertelde, dat ze niet lang meer te leven had.

‘Ja,’ antwoordde mijn moeder, ‘daarom was ik zo onrustig de laatste tijd. Ik moest naar jullie toe.’

Aan het eind van de middag, begin van de avond heb ik die lieve mensen bedankt, dat ze mijn leven hebben gered. We hadden allemaal tranen in onze ogen.

 

Marys Clarisse                                                                             28 juni 2022

 Marys Clarisse en Piet Clarisse