MIJN VADER, PIET CLARISSE, SCHREEF GEDICHTEN EN IK, MARYS CLARISSE SCHRIJF VERHALEN.
SCHRIJVEN WAS VOOR ONS BEIDEN EEN GROTE HOBBY.
NU HEBBEN WE SAMEN DEZE WEBSITE. WE WENSEN U VEEL LEESPLEZIER.
Ze keek in de spiegel en zag haar gezicht vol rimpels. Ze was oud geworden, heel oud. Binnenkort was haar negenentachtigste verjaardag. Ze had, buiten haar beginjaren, een goed leven achter de rug. Haar familie was zeer uitgebreid en ze kende nog iedereen. Ze dacht aan haar beginjaren. Helemaal alleen in dit land. Het land van Melk en Honing werd Zuid-Afrika genoemd. Niet voor haar. Voor haar was het sappelen. Ze was een wees en werd met veertien jaar bij een familie geplaatst als dienstmeisje.
Ze moest altijd, dag en nacht, klaar staan om te werken. Dat viel als kind niet mee. Soms viel ze zomaar in slaap en dan werd ze met harde hand wakker gemaakt door de vrouw des huizes. De kinderen in het huis waren nog jong. Een jongetje van een paar maanden en een meisje van twee jaar. Het jongetje was een heel lieve baby die zij vaak moeste verzorgen en eten geven. Het meisje was altijd bij haar in de buurt.
De vader van het gezin was voor zijn werk veel op reis. De moeder was een draak. Het dienstmeisje en de kleine meid van twee jaar moesten altijd stil zijn. Geen geluid mochten ze maken. Deden ze dat wel, dan volgde harde klappen. Dat hield de vrouw jarenlang vol. Ook het jongetje ontkwam daar niet aan toen hij ouder werd.
Als de vader een keer thuis was, dan was het feest. De draak, zoals het dienstmeisje haar mevrouw in stilte noemde, ontpopte zich dan als de liefste vrouw van de wereld. Er werden tijdens de aanwezigheid van de vader geen klappen uitgedeeld. De kinderen verloren hun bangigheid en werden vrolijk. Ook het dienstmeisje werd een stuk blijer.
Zodra de vader weer vertrok, begon het slaan weer. Op een dag zag ze hoe het jongetje, zes jaar inmiddels, bij zijn moeder naar haar vagina moest kijken. Het meisje moest toekijken. De draak zag haar en riep haar verder naar binnen. Ze werd beschuldigd van gluren. Dat was niet het geval. De draak pakte de zweep en sloeg haar daar mee. De kinderen, die naakt waren, hadden ook striemen op hun ruggetjes. Ze werd boos en pakte de zweep af van de draak en gaf haar een zweepslag terug. Toen had je de poppen aan het dansen. Ze zou worden weggestuurd. Het dienstmeisje zei dat ze niet weg ging en alles aan de vader zou vertellen. Ook wat ze met de kinderen deed. Ze mocht toen blijven. Ze besefte dat haar leven niet meer zeker was. Ze moest in actie komen.
Als ze ’s avonds thee voor de draak zette, deed ze een heel klein beetje rattengif en honing in de thee. Oh, haar thee werd zeer geliefd. Gedurende een korte tijd liep dit goed. Ze stopte er mee toen de heer des huizes meldde dat hij naar huis kwam. De draak praatte met haar man of het dienstmeisje niet op eigen benen verder moest. De man vond dat niet zo’n goed idee. Ze was twintig jaar en al die tijd tot tevredenheid hun dienstmeisje. Dus werd er besloten dat ze bleef. De man keek naar het dienstmeisje en zag dat ze een mooie, jonge vrouw was geworden. Dit keer ging hij voor een langere tijd op reis, vertelde hij het dienstmeisje, kon ze dit wel aan? Ook hij wist dat zijn vrouw niets deed en het dienstmeisje alles. “Nu dat gaat best, maar de kinderen zullen u wel missen”. “Waarschijnlijk is dit de laatste keer dat ik zo lang weg ben’, vertelde hij, “maar dat is nog niet helemaal zeker. Daarom heb ik mijn vrouw hierover nog niets verteld.” “Ik heb het begrepen,” zei het dienstmeisje, goede reis en tot ziens.” Ondertussen dacht ze aan het maken van plannen om de kinderen te beschermen. En ook zichzelf. Ze kende niemand die ze om hulp kon vragen. Het enige wat ze kon doen was de draak afhankelijk van haar te maken. De draak gebruikte zware pijnstillers voor de pijnen in haar rug. Misschien moest ze zorgen dat de draak meer pillen ging slikken. Eerst laten wennen en daarna steeds meer geven. Dan hadden de kinderen en zij ook rust.
Het plan werkte fantastisch. De draak was snel gewend aan de meerdere tabletten. De pillen zaten dan ook overal in. Zelfs in de wijntjes die de draak dronk. De tabletten lagen in een gesloten kast en alleen de draak had de sleutel. Althans dat dacht ze. De kinderen vonden het lekker rustig zo.
De draak zorgde zelf voor nieuwe pillen, via de huisarts, als ze bijna op waren. Als de apotheek ze bij haar afleverde, legde ze die zelf in haar kast en sloot die met de sleutel af.
Alles was rustig in huis. De draak was nog even naar bed gegaan. Het dienstmeisje vulde de vaatwasser en ging aan de gang met de stofzuiger. Vanavond zou ze een overdosis geven, nu nog niet. De kinderen kwamen binnengehold en vroegen waar hun moeder was. Net was ze er nog. Het dienstmeisje zei dat ze nog even een dutje wilde doen, want ze voelde zich niet lekker. De kinderen gingen heel zachtjes kijken en kwamen terug met het bericht ze sliep, maar wel helemaal blauw was. “Helemaal blauw?” zei het dienstmeisje en liep samen met de kinderen naar de slaapkamer van de draak. Toen ze bij het bed stonden, keken ze alle drie naar beneden. Het dienstmeisje onderzocht of ze nog ademhaalde en ja, ze was inderdaad blauwig. Volgens het dienstmeisje was ze dood. Dat vertelde ze ook aan de kinderen. Het dochtertje van de draak zei, dat hun moeder hen niet meer kon slaan. Het dienstmeisje belde de huisarts. Die kwam meteen en constateerde dat ze inderdaad overleden was. Het dienstmeisje belde de vader van de kinderen en vertelde hem dat zijn vrouw was overleden.
Nu, na al die jaren, voelde ze precies weer wat ze toen voelde. Triomf, de draak was dood en kon geen kwaad meer doen. Vanaf de dood van de draak ging alles goed voor haar, het dienstmeisje, en de kinderen. De man van de draak bleef meer thuis. Het dienstmeisje werd zijn vrouw. Ze kregen samen vier kinderen.
Geschreven door Marys Clarisse in 2019
Marys Clarisse en Piet Clarisse